Wandelkoers.nl

hoofdpagina | even voorstellen | wandelen | wandelroutes | reisorganisator | groepswandelreizen | terugblik | ervaringen deelnemers | wetenswaardig | reisgidsen en boekhandels | facebook | contact | mijn foto's | links

Wetenswaardig

Op deze pagina:

Algemeen

Op deze plek kun je diverse artikelen met achtergrondinformatie van mijn favoriete wandel- en reisbestemmingen lezen. Mocht je zelf ook naar een van deze reisbestemmingen gaan, dan is deze informatie wellicht interessant voor je. Ik heb de artikelen zelf geschreven op basis van gelezen informatie aangevuld met eigen ervaringen en zo mogelijk foto's

Lochem in de gelderse Achterhoek

Lochem is een plattelandsgemeente gelegen in het noordelijke deel van de gelderse Achterhoek. Van oudsher staat de omgeving bekend vanwege haar natuurschoon. Het kleine berkelstadje zelf ademt een sfeer van het goede landleven met een grote diversiteit aan winkels en horecagelegenheden.

Het omringende landschap is zeer gevarieerd. De landerijen kennen afwisselend door boomwallen omzoomde akkers en weilanden. Op de vele landgoederen met de bijbehorende pittoreske boerderijen zijn grote uit bos en heide bestaande natuurgebieden behouden gebleven. Als relict uit de IJstijd doemt ten zuiden van de stad Lochem al van verre het silhouet op van de Lochemse berg op.

Lochem kent al een lange traditie van toerisme. Reeds aan het einde van de 19de eeuw is Lochem al een geliefd vakantieoord van de welgestelden uit andere delen van Nederland. Een aantal hotels uit die tijd bestaan nog steeds, maar zijn intussen natuurlijk wel aan de eisen van deze tijd aangepast.

Het buitencentrum Ruighenrode was direct na de Tweede Wereldoorlog al een landelijk bekende camping. Sindsdien zijn er ook op andere locaties campings en vakantieparken in een grote verscheidenheid opgezet. Ook het zogenaamde kamperen bij de boer neemt een belangrijk deel van de verblijfsrecreatie voor zijn rekening. Deze ontwikkelingen hebben echter niet geleid tot massatoerisme.

Voor fietsers en wandelaars is er nog voldoende ruimte om de nodige rust te vinden. Wel zijn er goede, specifiek op deze doelgroep gerichte, voorzieningen, die het mogelijk maken om extra te genieten van de lochemse omstreken.

.

Hessenwegen in de Achterhoek

Laat ik nu altijd hebben gedacht dat de naam Hessenweg was afgeleid van de duitse kooplieden uit Hessen, die drie eeuwen geleden over deze handelswegen door de Achterhoek richting Utrecht reisden.


Op de foto rechts de langs een hessenweg gelegen museumboerderij Lebbenbrugge in Borculo

Hessenwegen zijn ook nu nog terug te vinden als rechtdoorgaande zandwegen of sporen over heidegebieden. Opmerkelijk is dat deze wegen niet door dorpen of steden liepen. Omdat er onderweg struikrovers op de loer konden liggen reisden de kooplieden in veelal in konvooi. Op vaak afgelegen plekken waren er herbergen, waar je kon overnachten en waar ook de paarden konden foerageren en rusten.


Op de foto links de langs een hessenweg gelegen pleisterplaats café De Pot in Markelo

De naam hessenweg wordt door sommigen verklaard als verbastering van herseweg. Hers betekent paard en is afgeleid van horsa (het engelse woord horse). Het zweedse woord voor paard is häst. Veel waarschijnlijker acht ik echter de uitleg, dat Hessenweg is ontstaan omdat zij veelal werden gebruikt door zogenaamde hessenkarren of -wagens. Deze hessenkarren hadden een bredere spoorwijdte, dan die in de Nederlanden gebruikelijk was. De karren pasten dus niet in de bestaande karrensporen en zouden die stuk rijden. Om die reden werden zij geweerd in steden en dorpen.

Wojanów, Neder-Silezië in Polen

Het Hotel Pałac Wojanów heeft een rijk historisch verleden, waarbij ook met Nederland banden bestaan.

Tot het einde van de Tweede Wereldoorlog behoorde Neder-Silezië gedurende 700 jaar bij het Duitse Rijk. Vrijwel alle plaatsnamen hebben behalve een poolse daarom ook een duitse naam. Jelenia Góra is in het duits Hirschberg (hertenberg). Wojanów heet in het duits Schildau.

Wojanów is een van de typische dorpen in dit deel van Neder-Silezië.

Het dorp strekt zich over een lengte van 1 kilometer uit langs de oever van de rivier de Bóbr. Aan de westzijde bevindt zich de vorstelijke residentie, het tegenwoordige Pałac Wojanów. Aan de oostzijde van het dorp ligt het slot Schildau-Boberstein (Wojanów-Bobrów), dat momenteel wordt gerestaureerd

Al in het jaar 1281 wordt het landgoed Schildau (Wojanów) in de annalen vermeld. In het midden van de dertiende eeuw kwam de adellijke familie Von Zedlitz vanuit Saksen naar Neder-Silezië. Tot 1727 bezat deze familie vele landgoederen in deze regio, waaronder ook het landgoed in Schildau. Daarna wisselde het landgoed en het slot veelvuldig van eigenaar.

In 1839 werd het gekocht door Koning Frederik Willem III van Pruisen. Hij schonk het paleis aan zijn lievelingsdochter Louise, prinses van Pruisen. (Een oudere broer van deze Louise was de latere duitse keizer Wilhelm I).

Louise is in 1825 getrouwd met haar neef Prins Frederik van Oranje-Nassau (op de afbeelding links), de tweede zoon van koning Willem I. Deze Frederik van Oranje-Nassau is in Nederland niet zo bekend maar heeft toch een belangrijke rol in de nederlandse geschiedenis gespeeld.

Zowel het koningshuis van Denemarken als dat van Noorwegen zijn nazaten van Prins Frederik en Prinses Louise. Koning Christiaan X van Denemarken (1870-1947) en Koning Haakon VII van Noorwegen (1872-1957) zijn beiden achterkleinkinderen.


Wrocław

Wrocław is gelegen aan de rivier de Oder (pools: Odra) in het zuidwesten van het tegenwoordige Polen.

De stad telt rond 650.00 inwoners en is daarmee in grootte de vierde stad van Polen.

Wrocław kent een rijk verleden. Het is de historische hoofdstad van Silezië en bevond zich eeuwenlang op een kruispunt van verschillende staten en culturen. De invloeden vanuit Bohemen, Polen, Oostenrijk en Pruisen zijn het meest waarneembaar. De stad kent fraaie gotische kerken, herenhuizen in Renaissancestijl en paleizen uit de barok. In de Middeleeuwen was het, onder de naam Preslau, de hoofdstad van een onafhankelijk hertogdom dat door haar lidmaatschap van het Hanzeverbond al banden met nederlandse steden onderhield.

Vandaag de dag wordt Wrocław tot de meest sfeervolle steden van het land gerekend.

Tot het einde van de Tweede Wereldoorlog was Wrocław duits gebied. De stad heette toen nog Breslau. Eind 19de en begin 20ste eeuw was Breslau de derde stad van Duitsland, waarmee haar belang nogmaals is aangegeven.




Fotografie Frans Damen

In de negende eeuw was er, vlakbij een doorwaadbare plaats, een marktstadje onder de naam Wratysława gevestigd op een groot eiland in de rivier de Odra. De stad was vernoemd naar de stichter ervan namelijk Wratysław de Hertog van Bohemen.

Later, toen er een kathedraal werd gebouwd, zou dit eiland de naam Ostrów Tumski (kathedraaleiland) krijgen.


Fotografie Frans Damen

In vele steden vind je tegenwoordig zogenaamde liefdesbruggen. Een van de bekendste is die van Polen in Wrocław. De stalen brug Most Tumski verbindt de Ostrów Tumski met de Ostrów Piaskowy, twee eilandjes in de Oder, met elkaar. De brug dateert uit 1888 en is ontworpen door Alfred von Scholz.

Geliefden bezegelen hier hun vriendschap door een hangslot aan de brug te bevestigen en de sleutel in het water van de rivier te gooien, zodat de liefdesband nooit meer verbroken kan worden.

Cilento in zuidelijk Italië

Cilento is een streek in de italiaanse regio Campania in het zuiden van Italië. Het is een bergachtig gebied en kan tot de (uitlopers van de) Apennijnen worden gerekend.

De rotsformaties lopen over het algemeen door tot in de Thyrreense zee. Op sommige plekken (b.v. in de buurt van Palinuro) zijn door de golfslag van het water prachtige grotten ontstaan. Op andere plekken worden de rotsen soms onderbroken door een (verlaten) zandstrandje, dat alleen per boot is te bereiken.

De Cilento wordt wel de groene tong van Italië genoemd. Dankzij de vele rivieren is het er altijd groen.

In 1991 is een groot deel van het gebied tot Nationaal Park verklaard onder de naam "Parco del Cilento e Vallo di Diano".

Sinds 1998 is het natuurgebied toegevoegd aan de Werelderfgoedlijst van de Unesco. Hierdoor kan het unieke karakter van het gebied behouden blijven.

De Cilento is het op één na grootste Nationale Park van Europa met een oppervlakte van meer dan 180.000 ha.

José García Ortega

In Bosco bevindt zich het museum dat is gewijd aan de van spaanse origine José García Ortega. Deze schilder en beeldend kunstenaar is geboren in 1921 in Spanje. Hij verzette zich in zijn jeugd tegen het Franco-regiem en verbleef als gevolg daarvan lange tijd in ballingschap in Frankrijk en Italië.

Finland

Finland wordt ook wel het land van de duizend meren genoemd. Dat kijkt wel heel veel, maar hier is toch sprake van een duidelijk understatement. Als je een minimumgrootte van 500 vierkante meter wateroppervlakte aanhoudt, komt de telling uit op een totaal van ruim 187 duizend finse meren.

De finse taal

Finland kent twee officiële talen. Circa 94 % van de bevolking spreekt fins, maar langs de west- en zuidkust en op de Åland eilanden wordt overwegend zweeds gesproken.


De kop van dit krantenartikel betekent:
Het verdwaalde nederlandse echtpaar gevonden


De finse taal behoort net als het ests, samisch en karelisch tot fins-oegrische taalgroep. Er zijn bijna geen overeenkomsten met de nederlandse taal en voor ons is het daarom onmogelijk een fins sprekende te verstaan. De finse taal kent 16 naamvallen en de lidwoorden en voorzetsels ontbreken. Hierdoor ontstaan er lange woorden met veel (altijd korte) lettergrepen. Opvallend is dat er relatief veel klinkers voorkomen. In hetzelfde woord komen de verschillende ä, ö, y soms meerdere malen voor.

Een aantal medeklinkers, zoals onder andere de b, f, g en w komen oorspronkelijk niet voor in het fins. De uitspraak en de schrijfwijze van het fins zijn fonetisch. De klemtoon valt altijd op de eerste lettergreep van ieder woord. Alle letters worden apart en duidelijk uitgesproken. Dit alles leidt ertoe dat het gesproken fins nogal hakkerig en monotoon overkomt.

De uitspraak van ii is die van twee maal de i achter elkaar. Het finse woord tie (betekent weg) wordt derhalve als tië uitgesproken. Het slordig uitspreken van de letters kan al snel aanleiding geven tot begripsverwarring en misverstanden. Zo betekent tuli bijvoorbeeld vuur, maar tuuli is het finse woord voor wind, terwijl tulli daarentegen douane betekent.

Waar de gebieden in Finland tweetalig zijn hebben de steden en dorpen veelal twee namen. Soms is de naam vanuit de ene taal in de andere vertaald b.v. Nystad (zweeds) en Uusikaupunki (fins) voor dezelfde stad aan de westkust of Lappeenranta (fins) en (Villmanstrand) zweeds voor de stad in het oostelijke merengebied. Soms is echter aleen de klank in de finse taal omgezet, b.v. Borgå (zweeds) en Porvoo voor dezelfde stad aan de zuidkust in het fins. In Lapland hebben de dorpen naast een finse ook een samische naam, b.v. Inari (fins) en Aanaar (Inari-samisch)

Finse en zweedse toponiemen

Toponiemen zijn geografische plaatsaanduidingen. Als je de betekenis van deze plaatsaanduidingen kent, kom je vaak ook wat te weten over de plaatselijke toestand. Hieronde doe ik een opsomming van de belangrijkste toponiemen in het fins en zweeds met daarachter de nederlandse betekenis of omschrijving.

Fins Zweeds Nederlands
aapa sank mark veen
harju ås esker, heuvelrug
järvi sjö, jaure meer
joki å, elv rivier
koski fors stroomversnelling
köngas vattenfall waterval
kylä by dorp
laakso dal, vagge dal
lampi sjö vennetje, klein meertje
lähde källa bron
linna borg burcht, kasteel
maa land land
metsä skog bos, woud
niemi näs kaap, schiereiland
ranta strand strand, oever
saari ö, holm eiland
salmi sund meerengte, (zee)straat
silta bro brug
suo sank mark veen
tunturi fjell afgesleten kale berg
vaara xxxxxx beboste heuvel of berg
vuori xxxxxx berg
yli över boven

Traditionele gerechten in de finse cultuur

De Finnen staan bekend om hun voorliefde voor het buitenleven en kennis van de natuur. De twee meest gestelde vragen die mij in Finland worden gesteld zijn: ben je al in de sauna geweest en heb je al gevist? Vaak trekt men zelf de natuur in om wilde bessen (vooral frambozen, bosbessen en poolbessen) of paddestoelen te plukken. Bij thuiskomst wordt daarmee een heerlijke taart of een hartig gerecht gemaakt. De gevangen vis (meest snoekbaars of zalm) wordt zelf klaargemaakt en opgegeten.

De finnen zijn gewoon om tussen de middag warm te eten. Dat kan op het werk of voor de kinderen op school, maar ook in zogenaamde baari's waar je eenvoudige gerechten kunt bestellen. Bij de warme maaltijd wordt vaak vers roggebrood gegeten en water of melk gedronken. Deze baari's mogen geen alcohol verkopen en sluiten soms al aan het einde van de middag.

Als toerist kun je natuurlijk ook dineren in een restaurant. Hier mag wel alcohol geschonken worden, maar kijk eerst even naar de prijzen. In Finland hebben ze er namelijk overal al een machine voor, dus denk niet de rekening met afwassen te kunnen betalen.

De typisch finse gerechten zijn vaak eenvoudig, maar toch vol van smaak. Er wordt veel vis gegeten, maar er staat ook vaak soep, een stoofpot en vlees (rund, varken, lam en rendier) op het menu. Voorbeelden van dergelijke gerechten zijn: graavi lohi (gemarineerde zalm), karjalan paisti (stoofpot van rund-, varkens- en lamsvlees), rosolli (bietensalade met vis), rapu (rivierkreeft), hernekeitto (erwtensoep), kalakeitto (vissoep), porkkanalaatikko (wortelstoofschotel) en kalakukko (een pastei van varkensvlees en vis). Een specialiteit uit Lapland is poronpaisti (gebraden rendiervlees met poolbessen).

De finse koffietafel is een waar feest. Er wordt niet rondgegaan met de koekjestrommel om er een uit te mogen pakken, zoals dat in Nederland wel gebruikelijk is. Nee de tafel is feestelijk gedekt en allerlei lekkernijen, waarvan de meeste van eigen makelij, staan uitgestald. Naast zoetigheid staat er vaak ook zwart aardappelbrood op tafel, wat met boter wordt geconsumeerd. Alle gasten mogen zoveel eten als zij zelf willen. Marianne Hollmerus, de gastvrouw op de foto, houdt het volgende gezegde er op na: Iedereen die hier binnenkomt is welkom, maar gaat niet zonder een stuk (brood of taart) in de mond weer weg.

Finse kunst en design

Finland kent een aantal bekende architecten. (Hugo) Alvar (Henrik) Aalto (1898-1976) was een van de meest invloedrijke architecten van de moderne architectuur in Scandinavië. Een van zijn bekendste werken is wel het Finlandiagebouw bij de Töölön-baai in het centrum van Helsinki. Het gebouw dat in 1971 gereed kwam herbergt zowel een grote concertzaal met een capaciteit van 1700 plaatsen, als een congreshal voor 900 bezoekers. Aalto gebruikt veel marmer in zijn scheppingen. Dit als voortvloeisel uit zijn fascinatie voor het Middellandse Zeegebied. Zijn ontwerpen worden gekenmerkt door hun functionalisme. De soms kubistische vormen zijn niet puur decoratief, maar staan in verband met een praktische reden.

Ook het ontwerp van de campus van de Technische Universiteit van Helsinki in Otaniemi (Espoo) is van de hand van Aalto.

Alvar Aalto was naast bouwkundig architect ook industrieel ontwerper. Hij was de inspirator van de Artek-meubelen. Maar ook zijn ontwerpen voor glaswerk (kristal) zijn befaamd. De bekende Savoy-vaas, ontworpen in 1936, verwijst naar de omtrekken van een fins meer.

Een andere bekende finse architect is (Gottlieb) Eliel Saarinen (1873-1873). Hij was een van de belangrijkste vertegenwoordigers van de nationaal-romantische bouwstijl. Saarinen gebruikt veel graniet en hout als bouwmateriaal. Zijn gebouwen worden gesierd met torentjes, erkers en ornamenten, die verwijzen naar de finse mythologie of naar de natuur.

Het meest bekende werk van Saarinen is wel het spoorwegstation in de hoofdstad Helsinki. Dit ontwerp is al wat strakker van lijn en rationeler van opzet dan zijn vroegere creaties. De klokketoren is een opvallend verticaal element. Karakteristiek zijn verder de vier lantaarndragende reuzen, die zich aan weerszijden van de stationsingang bevinden.

De sami en hun cultuur in Lapland

De Sami (lappen wordt als scheldwoord beschouwd) is een volk dat leeft in het noorden van Scandinavië. Het betreffende gebied wordt aangeduid met Lapland en strekt zich uit over meerdere landen; de bergketen aan weerszijden van de grens van Noorwegen en Zweden, alsmede de noordelijke delen van Noorwegen, Zweden en Finland en het Kola-schiereiland dat tot Rusland behoort.

In vroegere tijden was de Sami voor een groot deel een nomadisch volk, dat op voedseltocht voor de rendieren meetrok met de kudde. Van het winterverblijf naar de zomerweiden en weer terug. Bij deze trektochten werden dikwijls de bestaande landsgrenzen overschreden. De rendieren worden als trekdier voor de sleden gebruikt, maar leveren ook melk, vlees en huiden. Ook de andere delen van het dier (gewei, botten en bloed) worden door de Sami gebruikt.

Een kleiner deel van de Sami leeft traditioneel van de visserij. Dit is voornamelijk langs de noorse kust het geval. Ook was de jacht een belangrijke aktiviteit.

Lapland kent uitgestrekte bossen en talloze meren en rivieren. Ook zijn er enkele bergruggen, die door het ijs zijn afgesleten en boven de boomgrens zijn gelegen. Dit soort berg wordt tunturi genoemd. Verder naar het noorden vind je uitgestrekte, vrijwel boomloze, toendra's.

Het winterseizoen is in Lapland erg lang, waarbij de zon niet of slechts enkele uren boven de horizon komt (aangeduid met kaamos-tijd, die duurt van november tot en met januari). Het is er dan erg koud. Het voorjaar, de zomer en de herfst (ruska genoemd) duren er relatief kort, maar worden als zeer uitbundig ervaren. Omdat de sneeuw en het ijs pas in juni volledig verdwijnen moet de natuur binnen 4 maanden (juni t/m september) de gehele cyclus doorlopen, voordat alles weer onder een dik pak sneeuw verdwijnt.

Midden in de zomer gaat de zon niet onder en kan de temperatuur gemakkelijk een waarde van 25 graden of meer bereiken. In de maanden juli en augustus kan het vakantieplezier sterk te lijden hebben onder de massale aanwezigheid van muggen. Begin september zijn die verdwenen en kan volop worden genoten van de kleurenpracht in de natuur.

De eerste Sami hebben zich omstreeks 4.000 jaar voor het begin van onze jaartelling in Lapland gevestigd. Het waren toendertijd jagers en vissers. De rendierhouderij komt in de 16de eeuw in opkomst en daarmee ook de nomadisch leefwijze. De landbouw komt pas aan het begin van de 19de eeuw tot ontwikkeling, als de finnen zich hier vestigen.

Pas toen de finnen zich in Lapland gingen vestigen ging de bevolking in houten huizen wonen. De traditionele sami-hut (gammi) was nog tot het begin van de 20ste eeuw in gebruik. Deze hutten waren van turf gebouwd. Door de goede isolerende werking van het bouwmateriaal bleven zij in de winter warm en waren zij koel in de zomer.

De samische bevolking was dus eeuwenlang bijna volledig afhankelijk van de rendierteelt. Hun hele bestaan was in samenhang met het welzijn de rendierkudde. Door de rendierhouderij werden de sami gedwongen om een nomadisch bestaan te leiden. In het voorjaar gaat de kudde naar de weidegebieden, die dan weer onder de sneeuw te voorschijn komen. Hier worden de kalveren geboren. In juni trekt de kudde verder naar de voedselrijke berkenbossen. In juli trekt de kudde weer verder, vanwege de dan heersende muggenplaag. Of de kudde gaat naar open terreinen en berggebieden, waar de wind aanwezig is of zij trekt naar dichte schaduwrijke bossen. Vanaf september-oktober worden de dieren verzameld, gemerkt en geselecteerd. Een deel van de kudde wordt geslacht. De sami trokken mee met de rendierkudde en woonden dan tijdens deze tochten in een lavvo (samisch tent).

Natuur en landschap in fins lapland

Lapland is zeer uitgestrekt en verlaten. Er zijn grote wildernis reservaten, waar de natuur in samenhang met de lokale bevolking zijn gang kan gaan. In deze reservaten wordt de commerciële bosbouw, mijnbouw en andere grootschalige economische aktiviteiten geweerd. De gebieden zijn vrij toegankelijk maar er zijn bewust weinig toeristiche faciliteiten aanwezig. Ook zijn er natuurreservaten, die slechts beperkt toegankelijk zijn en waar je op de weinige aanwezige paden moet blijven. Daarnaast zijn er nog de Nationale Parken, waar in de daarvoor bestemde zones tal van toeristische voorzieningen zijn gecreëerd.

Van grote delen van fins lapland behoort de eigendom toe aan de finse staat. Het finse Staatsbosbeheer (Metsähallitus) beheert dit bezit. Zij is enerzijds de belangrijkste natuurbeschermingsorganisatie, maar anderzijds exploiteert zij ook op commerciële basis de daarvoor bestemde bossen.

Op mijn wandelreis door fins lapland zullen we twee Nationale Parken bezoeken. Dat is het Pyhä-Luosto Nationale Park in het zuidelijke deel van Lapland met een grootte van 142 vierkante kilometer en het Pallas-Yllästunturi Nationale Park in het noordwesten.

Interessante plaatsen in fins lapland

Rovaniemi is het administratieve en economische centrum van de finse provincie Lapland. De stad is gelegen op de plek waar de twee grootste rivieren van Lapland, de Kemijoki en de Ounasjoki (joki is rivier in het fins) samenvloeien (niemi betekent schiereiland of kaap in het fins). De stad werd in september 1944 met de grond gelijk gemaakt door de zich terugtrekkende duitse troepen. Na de oorlog werd de stad herbouwd naar een stedebouwkundig plan van Alvar Aalto, de bekende finse architect. Aalto heeft zich bij ontwerp van de plattegrond van de herbouwde stad laten inspireren door het gewei van het rendier.

Rovaniemi ligt net (ongeveer 6 kilometer) ten zuiden van de poolcirkel. Op alle plaatsen die op de poolcirkel zijn gelegen gaat de zon een nacht per jaar (midzomernacht in juli) niet onder en een dag per jaar (midwinter in december) komt de zon niet boven de horizon. Komt je noordelijk van de poolcirkel dan versterkt dit verschijnsel zich steeds hoe noordelijker je komt en wordt het aantal dagen dat de zon in de zomer niet ondergaat steeds groter en blijft het in de winter een steeds langere periode donker. Op de noordpool zelf tenslotte is het een half jaar licht en een half jaar donker.

Als de zon recht boven de evenaar staat aan het begin van de lente en het begin van de herfst is het op de hele aarde 12 uur licht en twaalf uur donker en verandert op de polen de dag in da nacht en omgekeerd.

Aan een van de grootste meren van Finland ligt het dorp Inari (in het inari-samisch Aanaar). Een groot gedeelte van de ongeveer 1.000 inwoners is van samische afkomst. Het dorp is het centrum van de samen cultuur in het finse gedeelte van Lapland. Verder heeft het dorp een grote supermarkt, benzinestation, een hotel/restaurant, camping en diverse souvenir- en kunstnijverheidwinkels.

Je kunt vanuit Inari een bootexcursie maken over het Inarimeer (Inarijärvi) naar het rotseiland Ukonsaari (samisch Äijih). De dertig meter hoge rots is al van verre te zien. Vroeger was het eiland een heilige plaats voor de Samen, waar zij de dondergod Ukko vereerden. Op speciaal verzoek stopt de boot op de terugweg in de baai van Pielpavuono. Hier staat een schuilhut met een vuurplaats en is een droogtoilet aanwezig. Van hieruit kun je terugwandelen naar Inari.

De wandeling van Pielpavuono naar Inari is ca. 10 kilometer lang. Na drie kilometer door het bos gelopen te hebben kom je op een open weide en zie je rechts vooruit het wilderniskerkje (fins erämaakirkko) van Pielpajärvi. Het houten kerkje is gebouwd in het midden van de 18de eeuw en vormde lange tijd het religieuze centrum van Inari. Aan het einde van de 19de eeuw raakte het kerkje in verval, omdat er intussen in Inari een nieuwe kerk was gebouwd.

Toen de kerk nog in gebruik was stonden op het veld voor de kerk een groot aantal zogenaamde kerkhutten. Deze houten huisjes werden gebruikt voor de overnachtingen van families, die van verre kwamen ter gelegenheid van de doop van een kind of de inzegening van een huwelijk.

Dit wilderniskerkje is een van de weinige gebouwen in fins Lapland, die niet ten prooi is gevallen aan de verwoestingdrift van de zich terugtrekkende duitse troepen in de herfst van het jaar 1944.

In Inari is het museum gevestigd voor de samische cultuur. Het museum draagt de naam Siida. Siida is de samische benaming voor dorpsgemeenschap. De siida bestaat uit verschillende families, die hun rendieren, die overigens in individueel bezit zijn, gezamenlijk in een kudde bijeen hebben. Binnen de siida vindt de werkverdeling op basis van gezamenlijk overleg plaats.

Het binnenmuseum laat vooral de achtergronden zien van de samische cultuur en heeft verder een of twee tijdelijke thematische exposities. Op de foto een expositie van op de samische cultuur geïnspireerde kleding. In het museumrestaurant worden traditionele samische gerechten geserveerd.

In het buitenmuseum zijn een aantal karakteristieke woningen schuren en stallen bijeen gebracht.

samische cultuur

In de oorspronkelijke samische religie (voordat het christendom hier was doorgedrongen) bekleedden de noaiden (sjamanen) binnen de siida (dorpsgemeenschap) een belangrijke rol. Zij onderhielden het contact tussen de leden van de siida en de wereld van de goden en geesten. De sjamanen maakten daarbij gebruik van de noitarumpu, de samische naam voor de traditionele trommel, om de geesten op te roepen en raakten daardoor in een trance.

De noitarumpu is vervaardigd uit een houten frame dat wordt bespannen met een membraan van rendierleer. Op het membraan zijn allerlei tekens en figuren afgebeeld uit de samische godenwereld. De trommel wordt aangeslagen met een bewerkt stuk rendiergewei

Omdat de traditionele samische religie bij de intrede van het christendom moest worden uitgebannen zijn veel oorspronkelijke noitarumpu's vernietigd. Een gering aantal is gespaard gebleven en zijn in diverse musea te bezichtigen.

Mocht je zelf een noitarumpu willen maken dan kan dat in nederland tijdens een workshp van www.sjamanentrommels.nl

samische sierraden

Nomadische volken dragen over het algemeen hun vergaarde kapitaal bij zich in de vorm van sierraden uit edelmetaal. De sami hebben een lange traditie van het dragen van zilveren sierraden. (De eerste goudvondsten in Lapland dateren pas van zo'n tachtig jaar geleden.) De sami veraardigden deze sierraden echter niet zelf maar verkregen deze door ruilhandel te bedrijven.

Inmiddels voorziet het deense echtpaar Frank en Regine Juhl in deze behoefte. Deze zilversmeden vestigden zich in 1958 uit bewondering voor de Sami in noors Lapland (Kautokeino). Zij repareerden de zilveren sierraden van de Sami en voorzagen daarmee in een grote behoefte.

Intussen is de zilversmederij van het echtpaar Juhl uitgegroeid tot kunstgalerie met grote properties en is bekend onder de naam Juhls' Silvergalery. De galerie bestaat uit een complex van zalen, waarin de zilvercollectie, tal van schilderijen en de verzamelde kunstcollectie uit de gehele wereld is samengebracht. Naast de trationele zilveren sierraden, is er ook de moderne toendracollectie te bewonderen die is geïnspireerd op de (korst)mossen van de toendra. De diverse zalen kunnen worden bezocht en er worden ook rondleidingen gegeven.

Het complex kent een bijzondere architectuur, waarbij het echtpaar zich heeft laten inspireren door de aaneenschakeling van sneeuwduinen.

Het echtpaar Juhl heeft ook op de prestigieuze Bryggen aan de haven in het noorse Bergen een sierradenfiliaal.

In september 2010 heb ik een wandel- en cultuurreis georganiseerd naar het finse deel van Lapland. Voor een indruk van de kleurenpracht tijdens de herfst (ruska) in fins Lapland kun je de foto's hier bekijken. Alle foto's zijn, gedurende mijn laatste wandelreis, in een tijdsbestek van tien dagen gemaakt. Voor een wat meer algemene indruk van deze reisbestemming vind je hier de foto's.

Ben je speciaal geinteresseerd in de cultuur van de Sami dan kan ik je aanraden om het fotoalbum hier te bekijken. De foto's in dit laatste album zijn niet alleen in Finland gemaakt, maar ook op eerdere reizen van mij in Zweden en Noorwegen.

Voor meer reisimpressies van geheel Finland heb ik eveneens een album samengesteld. Dit album kun je bekijken door hier te klikken.

Postzegels vertellen

Deze miniatuur sheet van 4 finse postzegels is uitgegeven ter gelegenheid van de opening van het Sami Cultureel Centrum "SAJOS" in januari 2012 in Inari (fins Lapland).

De miniatuur sheet heeft de vorm van de plattegrond van het culturele centrum. Op het zegelvelletje zijn verschillende figuren afgebeeld, die de sjamaan drums (noitarumpu) sieren. Afgebeeld zijn onder andere de drie dochters van de sami Moeder Doddess, een rendierdorp.

SAJOS is het nieuwe centrum voor de Finse Samische Overheidsdiensten. In het gebouw kunnen tevens culturele evenementen, congressen worden georganiseerd.

De vier zelfklevende zegels van het "blokje" hebben een onregelmatige vorm, waardoor een associatie met de de bergen in fins Lapland wordt gemaakt. .

De Åland-archipel in Finland

De Åland-archipel is gelegen in de Oostzee tussen Zweden en Finland. Ik vind het een ideale bestemming voor een aktieve vakantie (wandelen, fietsen, kanovaren). In de zomer is het er aangenaam vertoeven met temperaturen van twintig tot dertig graden. Het aantal zonuren ligt er hoger dan in Nederland, omdat de dagen er erg lang zijn.

Åland (uitspraak: oo-land) is een autonoom zweedstalige gebied binnen Finland. De eilandenarchipel bestaat uit meer dan zes duizend eilanden, waarvan er 60 bewoond zijn. Er wonen ruim 26.000 mensen, waarvan bijna de helft in de hoofdstad Mariehamn. Buiten de hoofdstad is het dun bevolkt, 1 inwoner per 10 hectare, en valt er veel te genieten van het cultuurlandschap, de bossen en de kale rotsen, die elkaar afwisselen. De eilanden zijn relatief nog onontdekt omdat veel europese toeristen deze eilanden, bij een bezoek aan Scandinavië, volkomen ten onrechte, overslaan.

Åland is de officiële naam voor de archipel. (in het fins heet het Ahvenanmaa). Å betekent beek of rivier. Met enige ironie doen de eilandinwoners soms voorkomen dat de naam Åland een samenvoeging is van Ål (paling, aal) en And (eend) door als symbool een eend met een palingkop af te beelden.

De vlag van Åland


Op de foto rechts de zweedse vlag

In 1952 kreeg Åland het recht van de finse staat om een eigen vlag te voeren. Het ålandse parlement raakte echter dramatisch verdeeld over de vormgeving ervan. Een groot deel wenste de "oude" vlag met drie banen blauw, geel en blauw terug, die de finse autioriteiten in 1935 hadden verboden. Een ander deel wenste een vlag in de stijl van het traditionele noordse kruis.


De vlag van Åland

Uiteindelijk werd een compromis bereikt en kon men zich vinden in een ontwerp van de zweedse vlag met een smal rood kruis binnen het gele kruis. Het blauw in de vlag van Aland is daarbij wat donkerder van kleur dan die van de zweedse vlag. Op 24 april 1954 werd voor het eerst de Alandse Vlagdag gevierd.

De spreektaal op Åland is zweeds en wel het finlands-zweedse dialect. dit dialect is minder zangerig dan het rijkszweeds en daardoor voor ons gemakkelijker te verstaan. Het zweeds is verwant met het noors en zweeds, maar ook met het engels en onze friese taal.

Zelf vind ik het zweeds gemakkelijker te lezen, als je weet hoe de letters worden uitgesproken. Enkele voorbeelden: op een winkel staat "bokhandel". Nee hier zijn geen geiten of bokken te koop maar boeken; bok wordt in het zweeds uitgesproken als b-oe-k. Of een ander voorbeeld båtuthyrning. In eerste instantie kan je er geen garen van spinnen, maar als je weet dat de letter å wordt uitgesproken als oo, de letter u als uu en de letter y (zoals het duits ypsilon) eveneens als uu klinkt, dan lees je b-oo-t/uu-t/h-uur/ning wat je zou kunnen vertalen de uithuur van boten ofwel bootverhuur. Tenslotte het woord bil. Hier zit je meestal niet op maar erin. Bil wordt uitgesproken als b-ie-l en is afgeleid van automobil. Het betekent dus gewoon auto.

Åland heeft sinds 1922 ook een eigen volkslied, dat is geschreven in de zweedse taal. Johan Fridolf Hagfors is de componist en John Grandell schreef de tekst. Het volkslied wordt onder andere gezongen, zodra de midzomerboom overeind is gezet.


originele (zweedse) tekst nederlandse vertaling
Ålänningens sång Lied van de Ålanders
Landet med tusende öar och skär, Het land van duizenden eilanden en scheren
danat ur havsvågors sköte. Geboren uit de schoot van de golven van de zee
Åland, vårt Åland, vår hembygd det är. Åland, ons Åland, dat is ons thuis
Dig går vår längtan till möte! Naar jou gaat ons verlangen uit
Forngravars kummel i hängbjörkars skygd Eeuwenoude graven onder de berken
tälja din tusenårs saga. Vertellen jouw duizendjarige geschiedenis
Aldrig förgäta vi fädernas bygd, We zullen het land van onze (voor)vaders nooit vergeten
vart vi i fjärrled än draga Waarheen we ook zullen gaan
vart vi i fjärrled än draga Waarheen we ook zullen gaan
Skönt är vårt Åland när fjärdar och sund Aangenaam is ons Åland wanneer baaien en zeestraten
blåna i vårljusa dagar, blauw worden in de heldere lentedagen
ljuvt är att vandra i skog och i lund, Het is heerlijk te wandelen in bos en landerijen
i strändernas blommande hagar. en in de bebloemde velden van onze kusten
Midsommarstången mot aftonröd sky De midzomerboom tegen de rode avondzon
reses av villiga händer, wordt opgericht door gewillige handen
ytterst i utskärens fiskareby In het verste vissersdorp van de scheren
ungdomen vårdkasar tänder worden de bakens aangestoken door de jongeren
ungdomen vårdkasar tänder worden de bakens aangestoken door de jongeren
Skönt är vårt Åland när vågsvallet yr Aangenaam is ons Åland wanneer het schuim van de golven
högt mot de mäktiga stupen Draait tegen de machtige klif
när under stjärnhimlen kyrkfolket styr Onder de sterrenhemel worden de kerkgangers geleid
över de islagda djupen. over de bevroren diepten van de zee
Ryter än stormen, i stugornas ro Zelfs als de storm brult, is het vredig in de huisjes
spinnrocken sjunger sin visa waar het spinnenwiel haar lied zingt
minnet av barndomens hägnande bo De herinnering aan de liefdevolle kinderjaren wordt
sönerna lyckligast prisa gelukkig geprezen door de zonen
sönerna lyckligast prisa gelukkig geprezen door de zonen
Aldrig har åländska kvinnor och män Nooit hebben de Ålandse mannen en vrouwen
svikit sin stam och dess ära; de eer van hun stam te schande gemaakt
ofärd oss hotat, men segervisst än Oorlogen bedreigden ons, maar nu overwinnend
frihetens arvsrätt vi bära. Dragen wij de erfenis van vrijheid
Högt skall det klinga, vårt svenska språk, Luid zal het klinken, onze zweedse taal
tala med manande stämma, Gesproken met een aanmoedigende stem
lysa vår väg som en flammande båk, verlicht onze weg als een vlammend baken op zee
visa vår vi äro hemma Laat ons zien waar wij thuis horen
visa vår vi äro hemma Laat ons zien waar wij thuis horen

De traditie van de midzomerviering

De traditie van de viering van de midzomer op Åland gaat terug tot het jaar 1670. Sindsdien is het gebruik om rond midzomer hekken, trappen, kerken en schepen te versieren met takken. Het versieren van de midzomerboom of midzomermast is in ieder geval sinds 1801 een jaarlijkse traditie geworden. Over de betekenis van de viering zijn de deskundigen niet eensgezind. Sommigen beschouwen het feest als overblijfsel van een vruchtbaarheidscultus. Ook in Zweden en langs de kust van zuidwest Finland bestaat de traditie van het versieren van de midzomerboom nog steeds. De midzomerbomen op Åland verschillen echter wel van uiterlijk an die in Zweden.

Op Åland wordt de midzomeravond ieder jaar op die vrijdag gevierd, die in de tijdsperiode van 19 tot 25 juni valt. In 2011 is dat dus vrijdag 24 juni. Voordat de midzomerboom wordt opgericht moet die versiert worden met guirlandes, kransen en kronen. Als de boom is versierd moet deze omhoog getrokken worden. Soms gebeurt dat met de hand maar meestal met ondersteuning van lange houten palen. Zodra de midzomerboom staat zingen de toeschouwers allen het Ålandse volkslied "Ålänningens sång”. Aansluitend zingen en dansen de kinderen en volwassenen rondom de boom.


Het traditionele dessert of gebak bij de koffie is Ålands pannkaka. De hoofdbestanddelen van het gebak zijn bloem, melk en griesmeel (of rijst). Het wordt op smaakt gebracht met wat zout en kardemom of saffraan. Het baksel wordt bedekt met een pruimengelei, waaraan wat kaneel is toegevoegd. Ålands Pannkaka wordt geserveerd met een flinke toef slagroom. Eet smakelijk!

Mariehamn

Mariehamn is de huidige hoofdstad en bestuurscentrum van de Åland archipel. Lange tijd vervulde het noordelijker gelegen Godby deze functie. In 1861 besloot de russische tsaar Alexander II tot de stichting van een nieuwe hoofdstad, die hij vernoemde naar zijn vrouw Maria Alexandrovna.

Mariehamn is gelegen op een landengte tussen twee baaien; de Svibyviken en de Slemmern. De Svibyviken aan de westzijde van de stad heeft voldoende diepgang om zelfs de grote veerboten van de Viking- en Siljaline aan te laten meren in de westhaven. In de aan het Slemmern gelegen oosthavens is heden ten dage ruimschoots plaats voor de pleziervaart.


De stad kenmerkt zich door een overwegend rechthoekig stratenpatroon. Tegenwoordig verbindt de Storagatan (Grotestraat) de twee havens. Bij de aanleg van de stad heette de Storagatan nog Södra Esplanadgatan (Zuidelijke Esplanade), die parallel liep aan de Norra Esplanadsgatan.

Tussen deze beide straten was er sprake van een parkaanleg. Een dergelijke vormgeving is eveneens terug te vinden in de finse hoofdstad Helsinki. Bijna halverwege de esplanade wordt er gekruist met de westlijke en oostelijke Esplanadsgatan. Het kruispunt van deze groene zones is bij uitstek de plek om de nieuwe kerk van Mariehamn te bouwen.

Bij de parkaanleg zijn vooral ook lindebomen aangeplant, waardoor er nu twee prachtige lindealleeën zijn ontstaan. Onder andere aan deze bomen heeft Mariehamn de bijnaam "Stad van de duizend Lindes" te danken.

Aan het oosteinde van de huidige Storagatan is nog steeds het markplein(tje) gesitueerd. Ook bevindt zich hier het gemeentehuis van Mariehamn. Het nabijgelegen parlementsgebouw van Åland staat ongeveer op de plek van de oorspronkelijke nederzetting.

De postweg over Åland

Nadat in 1636 de zweedse posterijen waren opgericht, kwam er al vanaf 1638 een min of meer regelmatige postverbinding tot stand tussen Stockholm en Turku in Finland. Deze postroute liep via de Åland-archipel.

Vanaf Grisslehamn in Zweden kwam de post per (zeil)boot aan in Eckerö. Vandaar brachten ruiters te paard, die gerecruteerd werden onder de plaatselijke boerenbevolking, de post verder oostwaarts. Onderweg moest menigmaal weer een boot worden gebruikt om van het ene eiland naar het andere te komen.

Op tal van plaatsen langs deze historische postweg is heden ten dage nog de bewegwijzering te zien met het aantal kilometers tot de volgende halteplaats.

Vanaf 1809 zijn Åland en Finland een onderdeel van het russische keizerrijk, met een behoorlijke mate van onafhankelijkheid. Eckerö op Åland was de meest westelijke buitenpost van het reusachtige keizerrijk. Om dit te accentueren liet tsaar Alexander er in 1828 het pompeuze post- en douanekantoor in bouwen. Het postkantoor is een ontwerp van de architect Carl Ludvig Engel, die ook in de stad Helsinki vele gebouwen heeft gerealiseerd. Tegenwoordig is er in het gebouw een museum en cafe gevestigd.

Hoe kom je er?

De Åland eilanden zijn gemakkelijk te bereiken via Zweden. Je kunt naar Stockholm (Arlanda) vliegen en vandaar met het openbaar vervoer verder reizen. Je reist vanaf het vliegveld naar de Cityterminal in Stockholm. Vandaar vertrekt de speciale bus direct naar de veerhaven in Grisslehamn. In Stockholm koop je in dit geval al direct een combinatie ticket.

Daar vertrekt aansluitend de veerboot van de Eckerö-line naar het hoofdeiland. De overtocht duurt twee uur maar je hoeft je niet te vervelen. Je hebt een prachtig uitzicht over de zee en onderweg passeer je een aantal kleine eilandjes. Ook zijn er talrijke mogelijkheden om de inwendige mens te plezieren. De tarieven van de veerboot worden bewust erg laag gehouden, De veerboot onderneming wil zoveel mogelijk passagiers lokken, zodat zij zoveel mogelijk winst kan maken op de belastingvrije verkoop van alcohol en tabak. Åland heeft een afzonderlijk verdrag met de Europese Unie, waardoor deze belastingvrije verkoop ook nu nog plaats kan vinden.

Na aankomst in Eckerö kun je aansluitend de bus naar Mariehamn nemen. Daar aangekomen zijn er diverse mogelijkheden. Een aanrader is een fietstocht te maken door de eilandarchipel, waarbij je steeds de veerboot neemt om op het volgende eiland te geraken. (Tot dusver worden personen en fietsen gratis vervoerd). De speciale fietsen met bagagewagentje kun je ter plaatse in Mariehamn huren.

Wil je met de auto naar de Åland eilanden reizen dan kan dat natuurlijk ook. Je kunt vanuit Stockholm of Kapellskär met een veerboot direct naar Mariehamn varen. Het is raadzaam om deze boten vooraf te reserveren. Persoonlijk rij ik altijd door naar Grisslehamn. De overtocht is dan korter en, niet onbelangrijk, een stuk goedkoper. Reserveren is wel wenselijk maar als je een rustige tijd uitzoekt (dus niet vrijdagmiddag of -avond, maar 's-ochtends op een door de weekse dag) lukt het bijna altijd om mee te komen. Voor campers, caravans en aanhangers ligt het een stuk moeilijker. Dat de prijzen voor deze voertuigen relatief hoog liggen is eenvoudig te verklaren uit het feit dat er per strekkende meter van dergelijke voertuigen minder passagiers worden vervoerd, waardoor de zeer winstgevende belastingvrije verkoop terugloopt.

De provinciebloemen van Zweden en Åland

In Zweden hebben alle provincies een speciale bloem als symbool. Dit idee is overgenomen van de Verenigde Staten van Amerika, die ook allemaal een eigen bloem als representant hebben. Paul Petter Waldenström publiceerde in 1908 in het Stockholms Dagblad het voorstel om ook in Zweden aan iedere provincie een eigen karakteristieke bloem toe te kennen.

De "landskapsblomma" van de provincie Uppland, gelegen ten noordoosten van Stockholm met de universiteitsstad Uppsala, is de Wilde Kievitsbloem. In het zweeds Kungsängslilja (wetenschappelijke naam fritillaria meleagris).

De nederlandse naam heeft de plant te danken aan het feit dat als de bloemknop nog gesloten is, deze lijkt op een kievitsei, inclusief de bonte tekening. De Wilde Kievitsbloem komt ook in Nederland voor, maar is hier tamelijk zeldzaam en staat op de Rode Lijst van bedreigde soorten. De grootste bedreiging voor de Wilde kievitsbloem is het plukken, ze doet er namelijk acht jaar over om tot bloei te komen, na het plukken moet plant weer van voor af aan beginnen.

Ook Aland kent in navolging van de zweedse provincies een "landskapsblomma". Het is de Gullviva (wetenschappelijke naam primula veris), die in Nederland bekend staat onder de naam Gulden Sleutelbloem. Het is een echte lentebloeier en wordt in Friesland Peaskeblom (Paasbloem) genoemd. Ook de Gulden Sleutelbloem is in Nederland zeldzaam en staat op de Rode Lijst van bedreigde soorten.

Stockholm, hoofdstad van het koninkrijk Zweden


Fotografie Jan Richard Koerselman

Stockholm is gebouwd op veertien eilanden. Daarom ben je in de stad nooit ver van het water verwijderd. De oorsprong van de stad ligt op het eiland Strömmen, dat gelegen is tussen het Mäleren(meer) en de Oostzee. De oude stad (gamla stan) is bekend om zijn smalle straatjes en markpleinen, die nog uit de middeleeuwen stammen. De oude stad is erg compact gebouwd. Het meest extreem is de Mårten Trotzigs Gränd die slechts negentig centimeter breed is en vanwege het hoogteverschil in de stad 36 treden telt.

Voor markante foto's van de Åland-archipel klik je hier. Voor een indruk van de Midzomerviering op Åland kun je de foto's hier bekijken. Van de flora en fauna rond de langste dag vind je foto's in het volgende album.Ben je geinteresseerd in kerken dan vind je hier een foto-collectie van de kerken op Åland.

Denemarken en het eiland Møn

Vele toeristen razen door over de snelweg richting Kopenhagen als zij de veerboot vanuit Puttgarden in Rødby Havn verlaten. Slechts een enkeling slaat bij Farø, het eiland dat midden in de Storstrøm is gelegen, rechtsaf om via het kleine eiland Bogø tot rust te komen op het prachtige Møn.

Møn is een tot Denemarken behorend eiland in de Oostzee. Het eiland is vooral bekend vanwege de steile krijtrotsen aan de oostkust (Møns Klint). Echter bijna alle deense landschappen zijn op het eiland aanwezig: landerijen met vruchtbare akkers, moerassen, rietvelden, strandweiden, witte zandstranden en in het oosten uitgestrekte beukenbossen.

Voor geologen, archeologen en ornitologen is het een paradijs, waar veel valt te ontdekken.

Møn behoorde samen met het duitse eiland Rügen, dat aan de andere kant van de Oostzee tegenover Møn ligt, tot een groter plateau van Muschelkalk, dat door tektonische bewegingen naar het aardoppervlak gedrukt werd. Het overgrote deel van deze landmassa is door erosie en aardverschuivingen weer verdwenen, alleen de beide eilanden, met hun karakteristieke krijtrotsen, zijn nog overgebleven.

Møns Klint is met zijn tot 128 meter hoge kliffen een geologisch curiosum. Aan de voet van de witte klippen ligt een acht kilometer lang strand. In de witte krijtwanden zijn duidelijk de zwarte banden met vuursteen te onderscheiden. Op meerder plaatsen kun je met een trap naar beneden naar het strand, maar bedenk wel van te voren dat je ook weer omhoog moet! (het zijn honderden treden).

Het verblijf op het strand is niet geheel aan elk gevaar ontbloot. Steeds weer breken grote stukken van de krijtwand uit en storten op het strand. Borden waarschuwen dat je het gebied op eigen risico betreedt. Neem de waarschuwingen voor dreigend instortingsgevaar en afsluitingen zeer serieus.

De meeste instortingen vinden (als gevolg van de vorst) in de winter plaats, maar ook grote droogte maakt de rotsen minder stabiel, zoals in de zomer van 1994 tot overmaat van ramp weer eens bleek.

De laatste grote rotsval vond plaats in januari 2007. De rotspunt 'store taler' stortte toen in zee. Het afgebroken materiaal vormde zich een landtong in zee met een lengte van 300 meter. Inmiddels is deze landtong door de stroming van het water alweer fors geminimaliseerd, maar een groot restant is nog steeds zichtbaar aanwezig.

De bodem op het plateau (Høje Møn) boven op de klippen is zeer kalkrijk en in samenhang met lokaal nogal droge klimaat, de afwezigheid van grootschalige landbouw en industrialisatie betekent dit een soortenrijke plantenwereld. Je kunt hier liefst 18 verschillende soorten orchideeën aantreffen op de weiden van Høvblege en Jydelejet of in het bos Klinteskoven.

Sinds 2007 is het nieuwe Geo Center Møns Klint geopend. Er is een expositie over de flora en fauna van Denemarken. In de filmzaal word je meegenomen naar de tijd dat de krijtrotsen zijn ontstaan. Bij het Geo Center is ook een restaurant en (betaalde) parkeerplaats. Tevens kun je hier met een trap naar beneden naar het strand.

Op het eiland Møn bevinden zich een aantal typisch deense kerken, met trapgevelstorens, witte muren en rode dakpannen.

In de kerken van Elmelunde, Keldby en Fanefjord zijn prachtige middeleeuwse fresco's te bewonderen. Tijdens de reformatie in de 16e eeuw waren ze overgeschilderd met witte verf. Juist dit feit heeft ervoor gezorgd, dat de oorspronkelijk schilderingen zo goed zijn bewaard, maar inmiddels ontdaan van de witte verf en weer in oude glorie te bewonderen. Ook in Borre en Magleby staan soortgelijke fraaie kerken.

Een van Denemarken's meest imponerende hunebed is dat van Grønjaegers Høj. Een hunebed of dolmen is een grote steenkamer uit de prehistorie die bestaat uit staande draagstenen, overdekt door platte dekstenen. Het hunebed bij Grønjaegers Høj is maar liefst 102 meter lang en ruim 12 meter breed. Het hunebed telt 142 randstenen en heeft drie kamers, waarvan de meest westelijke met stenen platen is afgedekt. Møns patroonheilige Grønjaeger is begraven in de oostelijke kamer. In de westelijke kamer rust zijn vrouw Fane, die met haar naam verbonden is aan de parochie en het nabij gelegen fjord.

Stege, dat aan de noordwest-zijde van het eiland Møn is gelegen, is een van de historische handelssteden van Denemarken. De stad kreeg in 1268 stadsrechten en beleefde zijn grootste glorie in de Middeleeuwen, vanwege zijn grote rijkdom aan haring, die onder andere op de grote vismarkt van Skanör op de zuidpunt van Zweden werd verhandeld.

Nog steeds ademt de stad een middeleeuwse sfeer. De stadsgracht en wal zijn bewaard gebleven, samen met de Mølleporten, de middeleeuwse stadspoort. Het stratenpatroon, met soms kleine steegjes, is nog identiek en vele koopmanshuizen en handelshuizen staan er heden ten dage nog steeds.

Luffes Gård (Storegade 18) is een van de binnenplaatsen, waar je kunt genieten van de winkels en de gezelligheid van terrasjes. Ook vind je hier de bierbrouwerij van het eiland Møn.

Het eiland Nyord was lange tijd relatief geïsoleerd, waardoor er belangrijke natuur- en cultuurwaarden behouden zijn gebleven. Vanaf de brug die Nyord tegenwoordig met het schiereiland Ulvshale (Møn) verbindt zijn de uitgestrekte strandweiden te zien, die het kerngebied vormen van een van de belangrijkste trekvogelreservaten van Denemarken. De strandweiden worden begraasd door koeien, die het gras kort houden, zodat de ganzen, eenden en andere weide- en watervogels er een ideaal broedgebied aantreffen. Daardoor is er weer voldoende voedsel voorhanden voor de aanwezige roofvogels. Boven op de vogeltoren heb je een prachtig uitzicht over het landschap van Nyord en Møn.

Het kerkdorp Nyord is als enige dorp in Denemarken niet door ruilverkaveling gemoderniseerd. Waar elders de boerderijen zijn verplaatst naar de omringende velden is dat in Nyord niet gebeurd. Alle boerderijen zijn in Nyord nog in de dorpskern gelegen, zoals dat 200 jaar geleden nog in alle deense dorpen het geval was. In Nyord staan ongeveer 20 boerderijen (en een toenemend aantal eensgezinswoningen). Bij iedere hoeve behoort een grote moestuin en een boomgaard met diverse verschillende vruchtbomen. Het dorp is gedeeltelijk ontvolkt; woonden er honderd jaar geleden nog 365 mensen, tegenwoordig zijn er dat nog ongeveer vijftig.

Het dorp Nyord is autovrij, zodat het extra uitnodigt voor een rondwandeling. Je kunt de dorpskerk bezichtigen en beneden naar de haven lopen. In het midden van de negentiende eeuw was de scheepsvaart erg belangrijk. Vandaar dat een aantal inwoners van Nyord naast visser en zeehondenjager ook scheepsloods was. ten westen van het dorp staat "Møllestangen", een klein bakstenen huisje dat in het verleden dienst deed als uitzichtspunt voor de loodsen.

Het eiland Bogø is tegenwoordig verbonden met Møn door een twee kilometer lange dijk. Aan de noordzijde van het dorp vind je de mooie kerk met trapgeveltoren. Wat zuidelijker in het dorp tref je een achtkantige stellingmolen aan. Deze bovenkruier is in 1852 gebouwd als korenmolen. Tegenwoordig is de molen in gebruik als galerie met een tentoonstelling van lokale kunstenaars. vanaf de molen heb je een prachtig uitzicht op de haven van Bogø en de Grønsund.

Voor markante foto's van Møn klik je hier.

Barnsteen of amber

Barnsteen wordt ook wel het goud van het noorden genoemd. Je kunt in Denemarken op vele plaatsen barnsteen (amber) zoeken op het strand. Dat kan zijn langs de westkust van Jutland, maar ook langs het Kattegat en langs de stranden van de Oostzee kun je barnsteen aantreffen.

Barnsteen is geen echte steen maar een hard klomp(je) fossiele hars, dat wel 30 tot 50 miljoen jaren oud kan zijn. De hars is afkomstig van de enorme naaldbomen, die er miljoenen jaren geleden hebben gestaan. Deze naaldbomen zweetten een speciaal soort hars uit, dat in klompjes door rivieren werden meegevoerd naar zee. Bedekt door een laag klei versteenden de klompjes hars tot barnsteen in de miljoenen daarop volgende jaren. Soms zijn er ook kleine insecten of andere diertjes in de hars gevangen geraakt, die nu nog in de barnsteen terug te vinden zijn.

Bij harde wind wordt barnsteen losgeslagen van de zeebodem en bij het daaropvolgende rustige weer kan het daarna op het strand aanspoelen, samen met zeewier, kiezelsteentjes en wrakstukken.

Er is naast wat kennis en geduld ook een flinke portie geluk nodig om de goudkleurige klompjes barnsteen in het zandstrand op te sporen. Je moet rekening houden met het getij. Tijdens de overgang van vloed naar eb is de kans het grootst om barnsteen te vinden. De klompjes barnsteen liggen doorgaans niet open en bloot te glimmen op het strand, maar zijn vaak gewikkeld in zeewier of het ligt verscholen tussen wrakhout. Je moet dus heel goed kijken om het te ontdekken. Maar wanneer je dan een barnsteen vindt, is dat een ervaring die je niet gemakkelijk meer zult vergeten.

Barnsteen is niet altijd goudgeel of bruin van kleur. Het kan ook wit of roodachtig zijn en het lijkt in veel gevallen op een gewone steen. Er zijn echter enkele manieren om uit te vinden of het echte barnsteen is of niet.

- Je kunt er voorzichting op bijten. Voelt het zacht en niet scherp aan dan is het bijna zeker barnsteen.

- Barnsteen voelt warmer aan als je het tegen je wang houdt.

- Wrijf het geonden stuk steen over je mouw en houd het bij je haar. Als het electro-statisch blijkt te zijn is het vrijwel zeker barnsteen.

- Voor volledige zekerheid kun je de volgende proef doen: leg de steen in een glas water, waarin twee eetlepels zout zijn opgelost. De barnsteen zal niet zinken maar onder tegen het wateroppervlak blijven drijven. Andere stenen zinken als de spreekwoordelijke "bakstenen".

Barnsteen is al eeuwen geliefd om er sieraden of andere gebruiksvoorwerpen van te maken. In Denemarken zijn tal van barnsteenslijpers die de brok barnsteen vormgeven en de ruwe stukken oppoetsen tot diepglanzende stenen. Kunstenaars gebruiken barnsteen vaak in combinatie met goud, zilver of edelstenen. Bewaar je eventuele barnsteenvondst dus goed.


Slowakije

Andrej Varchola (1928-1987)

Weinigen zullen weten wie Andrej Varchola is en dat zijn ouders afkomstig zijn uit Miková, dat tegenwoordig gelegen is in het oosten van Slowakije. De familie Varchola behoort tot de etnische minderheid van de Lemken. Omdat de streek in hun geboorteland overbevolkt was geraakt emigreerde de familie in 1921 naar Pennsylvania in de Verenigde Staten.

Zij kregen drie zonen, waarvan de jongste Andrej de meest bekende is.

Hij noemt zich Andy Warhol en hij ontwikkelt zich tot de meest bekende vertegenwoordiger van de Pop-art kunstrichting.

Hoewel hij zelf nooit in Slowakije is geweest schenkt hij na zijn dood in 1987 een aantal originele werken aan de stad Medzilaborze (nabij Miková). In 1991 sticht zijn broer John daar het Andy Warhol museum.


Bedevaartskapel Notre Dame du Haut in Ronchamp, Frankrijk

Als je de Haute Saône aandoet mag je daarbij de Chapelle Notre Dame du Haut in Ronchamp niet overslaan. De bekende architect Le Corbusier is er in geslaagd een tijdloos bouwwerk te ontwerpen. Een bezoek aan deze kapel is een vast onderdeel van mijn wandelreizen naar dit gebied. Voor een indruk van deze prachtige architectonische schepping kun je de foto's hier bekijken.

Ronchamp heeft een lange geschiedenis als bedevaartsoord. De eerste kapel uit de 15de eeuw werd in 1913 verwoest. De tweede kapel werd in 1944 tijdens bombardementen vernield. Na de oorlog kreeg de architect Le Corbusier de opdracht om op dezelfde plek op de heuvel van Bourlémont een nieuwe kapel te herbouwen. De architect heeft zich sterk laten inspireren door de bijzondere plek en de omgeving waarop je naar vier horizonten uitkijkt. In 1954 werd dit karaktervolle gebouw voltooid. Onder andere door het fantastische lichtspel en de gebruikte materialen leent de kapel zich volkomen voor intense bezinning en het luisteren naar de stilte.

Le Corbusier, geboren in 1887 als Charles-Édouard Jeanneret in het zwitserse La Chaux de Fonds. Hij gaat in Parijs wonen en werken en neemt in de jaren twintig de franse nationaliteit aan. De naam Le Corbusier is afgeleid van de "Lecorbésier", de naam van zijn overgrootmoeder. Hij is een belangrijke vertegenwoordiger van het nieuwe bouwen. In zijn vroegere werk geeft hij blijk van zijn sterke voorkeur voor geometrische architectuur. Met de bouw van de kapel in Ronchamp geeft hij de eerste aanzet voor de organische architectuur. Bij zijn bouwwerken past hij veelvuldig gewapend beton toe.

Le Corbusier kreeg in 1950 de opdracht om de kapel in Ronchamps te herbouwen. Het moest een plaats bieden, waar de diensten voor een kleine groep (maximaal 200) gelovigen konden worden gehouden. Daarnaast moest het ook geschikt zijn om tweemaal per jaar de mis aan een grote groep pelgrims op te kunnen dragen. In tegenstelling tot de traditionele kerkenbouw is de kapel niet symmetrisch van opzet. Het ontwerp van Le Corbusier beantwoordt aan het gewenste gebruik van de kapel. De lijnvoering is primair op de omgeving en de vier windstreken afgestemd, waarbij elk van de vier gevels een uitgesproken eigen karakter heeft.

Le Corbusier speelt als geen ander met licht en structuren. De bezoeker wordt voortdurend verrast en kan telkens het gevoel krijgen iets nieuws te ontdekken. Dit gevoel heeft te maken met de vloeiende opeenvolging van holle en bolle vormen en van ruwe en gladde oppervlakten. Het gevoel van harmonie hangt samen met het feit dat de verhoudingen (afmetingen) van alle muren, vloeren en ramen zijn afgeleid van het Modulor-systeem dat Le Corbusier zelf heeft ontwikkeld.

Op de plattegrond is te zien dat de zuid- en oostgevel zich in een holle lijn sterk naar buiten buigen, terwijl de noord- en oostgevel juist een omhullend gebaar maken. De holle vorm van de zuidgevel ontvangt de grote stroom van pelgrims, die de heuvel opkomt en begeleidt die naar de hoofdingang met de imposante gebrandschilderde deur. De oostgevel wijkt door de holle vorm extra terug onder het overkragende dak, waardoor er plaats ontstaat voor de preekstoel en het buitenaltaar. De west- en noordgevel krommen naar buiten en creëren daardoor de ruimte voor de drie halfronde torens.

De inspiratie voor de dakvorm is ontleend aan het schild van een degenkrab. Het is een gekromd betonnen dak, dat van binnen hol is en rust op een aantal pijlers. Tussen het dak en de zuidgevel is een smalle spleet opengelaten om licht in de kapel toe te laten. Hierdoor lijkt het of het dak zweeft en waardoor het dak zijn zwaarte wordt ontnomen. Binnen in de kapel wordt het dak ervaren als een doorhangend tentdoek. In het oosten ligt het dak hoger. Dit is in samenspel met de vloer, die, zich aanpassend aan de oorspronkelijk glooiing van de heuvel, juist afloopt naar het hoofdaltaar aan de oostzijde.

Het schip is voornamelijk horizontaal georiënteerd en ontvangt licht uit de zijgevel. Zij is gericht op het hoofdaltaar. In de drie halfronde torens aan de westzijde hebben de drie nevenkapellen hun plek gekregen. De kapellen zijn juist verticaal van karakter en ontvangen hun licht indirect van boven. De plaats van de biechtstoel is ook aan de buitengevel te traceren door een extra bolling van de westgevel. De noordgevel heeft met een aantal geometrische lijnen en vormen weer een afwijkend karakter.